Het veld vóór richting
Er zijn momenten waarop niets om richting vraagt.
Niet omdat je verdwaald bent,
maar omdat je nog in het veld staat
waarin richting moet ontstaan.
Je voelt het aan alles.
De vragen die eerder dringend waren,
houden even hun adem in.
Wat gisteren nog om een antwoord vroeg,
is nu stil geworden.
Dat is geen leegte.
Het is een ruimte.
In deze ruimte is er wel beweging,
maar ze is nog niet zichtbaar.
Zoals licht dat zich nog niet heeft verdeeld
in kleuren.
Zoals een kompas dat nog niet wijst,
maar al wél weet waar het noorden is.
Veel mensen herkennen dit moment niet
als een fase op zich.
Ze denken dat ze vastzitten.
Dat ze iets missen.
Dat er iets moet gebeuren.
Maar dit moment vraagt iets anders.
Geen keuze.
Geen verklaring.
Geen volgende stap.
Het vraagt aanwezigheid.
Wanneer je hier blijft
niet om iets te forceren,
maar om te voelen
begint er iets subtiels te verschuiven.
Niet buiten je,
maar in je waarneming.
Je merkt misschien:
-
dat je lichaam andere signalen geeft
-
dat je gevoel scherper wordt
-
dat je minder wilt begrijpen
en meer wilt zien
Dat is niet toevallig.
Dit is het begin van oriëntatie.
Niet de oriëntatie die zegt waarheen,
maar die je laat herkennen waar je bent.
En dat blijkt vaak genoeg.
Richting ontstaat niet doordat je haar zoekt,
maar doordat je blijft
op de plek waar zij zich aandient.
Soms is helder zien
werkelijk genoeg.
Leave A Comment